Het verhaal achter de collectie Amsterdam
Sommige ontwerpen ontstaan niet aan de werkbank, maar daarbuiten. Op straat, in een stad, in een detail dat je ineens anders laat kijken. Voor mij ligt de oorsprong van de collectie Amsterdam in de architectuur van de Amsterdamse School.
Wat mij daarin fascineert, is niet alleen de bouw zelf, maar ook alles eromheen. De binnenruimtes, de toegepaste kunst, het ritme van lijnen en vormen. Het is een stroming waarin architectuur en ambacht samenkomen, waarin elk detail onderdeel is van een groter geheel.
Ik weet niet precies wanneer die fascinatie begon, maar één moment staat me nog helder voor ogen.
Een portiekdeur aan de Overtoom
Ik stond voor een dubbele portiekdeur aan de Overtoom in Amsterdam. Een gebouw uit 1923, ontworpen door Piet Marnette. Wat me trof was de combinatie van kracht en verfijning. De symmetrie, de herhaling van vormen, maar ook de subtiliteit in de details. Het was geen groot gebaar maar juist die deur, dat ene fragment van een gebouw waarin alles samenkwam. Op dat moment realiseerde ik me dat dit precies is wat ik ook zoek in sieraden: balans, ritme en verfijning. Daar ontstond het idee om architectuur te vertalen naar een draagbaar object.
Van architectuur naar sieraad
In de collectie Amsterdam vormen architectonische elementen het uitgangspunt. Denk aan symmetrie, herhaling en het spel tussen convexe en concave vormen. Elementen die typerend zijn voor de Amsterdamse School, maar die ook verwantschap hebben met Art Deco.
Wat mij aanspreekt in deze combinatie is de balans tussen kracht en elegantie. De vormen zijn geometrisch en duidelijk maar nooit hard. Er zit altijd beweging in, een zekere vloeiende zachtheid die het draagbaar maakt.
In mijn ontwerpen vertaal ik deze principes naar sieraden in goud en platina, soms ook in zilver. Niet door letterlijk te kopiëren, maar door de essentie van de vorm te vangen.
Ritme, lijnenspel en detail
Een belangrijk aspect van de collectie Amsterdam is het ritme in de vormgeving. Net zoals in de architectuur van de Amsterdamse School waar lijnen zich herhalen en elkaar versterken, ontstaat in de sieraden een spel van opbouw en balans. De overgangen tussen vormen zijn zorgvuldig gekozen. Hol en bol wisselen elkaar af, lijnen worden onderbroken en weer opgepakt. Dit geeft elk sieraad een dynamiek die je niet in één oogopslag volledig ziet maar die zich langzaam ontvouwt. Juist dat maakt het interessant om te dragen.
Art Deco als verwante taal
Hoewel de basis ligt in de Amsterdamse School is er vaak ook een subtiele verwijzing naar Art Deco, een stijl die in dezelfde periode een bloeitijd ervaarde. In de helderheid van de lijnen, de symmetrie en de manier waarop vormen worden opgebouwd. Deze combinatie zorgt voor een spanningsveld tussen expressief en verfijnd. Het maakt de collectie herkenbaar, maar niet eenduidig. Er zit altijd een gelaagdheid in.
Een draagbaar stuk architectuur
De collectie Amsterdam bestaat uit juwelen in goud, zilver en platina die stuk voor stuk met de hand worden gemaakt. Elk ontwerp is opgebouwd met aandacht voor verhouding, detail en draagcomfort. Wat deze collectie bijzonder maakt, is dat het geen losse sieraden zijn maar vertalingen van een fascinatie. Van gebouwen naar vormen, van vormen naar sieraden.
Het resultaat is een collectie waarin architectuur draagbaar wordt. Niet als letterlijke verwijzing, maar als gevoel. Als ritme, als lijn, als balans.









