Kan mijn oude goud gewoon in de smeltkroes?
“Kun je deze oude ringen omsmelten en daar iets nieuws van maken?”
Die vraag krijg ik regelmatig. Soms ligt er een handjevol sieraden op mijn werkbank: een trouwring van oma, een kapotte ketting, een zegelring die niemand mooi vindt en nog een enkele oorbel waarvan de wederhelft waarschijnlijk ergens in 1997 is verdwenen. Het korte antwoord is: vaak wel.
Het iets langere goudsmidantwoord is natuurlijk: het hangt ervan af.
Oud goud is prachtig materiaal
Goud heeft een groot voordeel: je kunt het steeds opnieuw gebruiken. Een sieraad hoeft dus helemaal niet het eindstation van het materiaal te zijn. Dat vind ik een van de mooie kanten van mijn vak. Een ring die jarenlang ongebruikt in een doosje heeft gelegen, kan uiteindelijk veranderen in een sieraad dat iedere dag wordt gedragen. En als het goud afkomstig is van ouders of grootouders, blijft bovendien letterlijk iets van het oorspronkelijke sieraad behouden.
Zeker nu goud kostbaar is, is het ook financieel interessant om eerst eens te kijken wat er al in de sieradendoos ligt voordat we nieuw goud bestellen. Maar voordat ik enthousiast de brander aansteek, wil ik wel weten wát ik precies in die smeltkroes gooi.
14 karaat is niet altijd hetzelfde 14 karaat
Een 14 karaat gouden sieraad bestaat voor 58,5 procent uit puur goud. De overige 41,5 procent bestaat uit andere metalen, meestal onder andere zilver en koper. Die bepalen bijvoorbeeld de kleur en hardheid van het goud.
En daar begint het interessante gedeelte. Twee sieraden kunnen allebei 14 karaat geelgoud zijn en toch een verschillende samenstelling hebben. Doe daar een oude reparatie, een paar soldeernaden en misschien een onderdeel van onbekende herkomst bij en je hebt ineens een behoorlijk interessante cocktail in je smeltkroes.
Dat hoeft geen probleem te zijn, maar het kán het wel worden. Verontreinigingen en soldeerresten kunnen ervoor zorgen dat omgesmolten goud tijdens het walsen of buigen gaat scheuren of bros wordt. Ook kan de uiteindelijke kleur anders worden dan verwacht. Daarom bekijk ik oud goud eerst zorgvuldig voordat ik besluit hoe ik het ga verwerken.
Kan geelgoud samen met witgoud?
Technisch kun je verschillende goudlegeringen omsmelten. Maar daarmee krijg je niet automatisch een prachtige nieuwe goudkleur.
Geelgoud, roségoud en witgoud bevatten verschillende legeringsmetalen. Meng je alles door elkaar, dan ontstaat er dus een nieuwe legering waarvan de kleur en eigenschappen afhankelijk zijn van wat je erin hebt gestopt. Ook verschillende goudgehaltes kunnen niet zonder meer bij elkaar worden gegooid als het eindresultaat weer een gegarandeerd gehalte moet hebben.
Soms is het daarom verstandiger om goud gescheiden te houden, materiaal toe te voegen of het oude goud niet rechtstreeks voor het nieuwe sieraad te gebruiken.
Dat klinkt misschien minder romantisch dan “alles gaat samen in één smeltkroes”, maar ik maak uiteindelijk liever een goed sieraad dan een mooi verhaal met een scheur erin.
En de stenen dan?
Ook die kunnen vaak opnieuw worden gebruikt.
Diamanten zijn daar bij uitstek geschikt voor. Ook veel andere edelstenen kunnen uit een oud sieraad worden gehaald en opnieuw worden gezet, mits ze nog in goede staat zijn en geschikt zijn voor het nieuwe ontwerp.
Soms vormt juist zo’n bestaande steen het uitgangspunt voor het ontwerp.
Dat vind ik vaak veel interessanter dan proberen het oude sieraad in een iets modernere versie na te bouwen. We hoeven tenslotte niet te doen alsof het nog 1974 is omdat de diamant toevallig uit 1974 komt.
Heb ik genoeg goud?
Ook dat is een veelgestelde vraag.
Het gewicht van de oude sieraden is niet automatisch het gewicht dat ik voor het nieuwe sieraad beschikbaar heb. Stenen, sluitingen, veren en onderdelen van andere metalen tellen natuurlijk niet mee. Bovendien heb ik voor het maken van een sieraad vaak méér materiaal nodig dan uiteindelijk in het afgewerkte sieraad zit.
Om een ring van bijvoorbeeld vijf gram te maken, kan ik niet beginnen met exact vijf gram goud. Ik moet het materiaal kunnen vasthouden, walsen, zagen, vijlen en afwerken. Er is dus voldoende werkmateriaal nodig.
Heb je te weinig geschikt goud, dan kan ik in veel gevallen nieuw goud toevoegen.
Moet mijn eigen goud per se in mijn nieuwe sieraad?
Dat is eigenlijk de belangrijkste vraag.
Voor sommige mensen is het essentieel. Als de trouwringen van hun ouders worden omgesmolten, willen ze juist dát goud terug in hun nieuwe ring. De emotionele waarde zit dan niet alleen in de herinnering, maar ook in het materiaal zelf.
Voor iemand anders maakt dat veel minder uit. Die heeft een verzameling oude sieraden waarvan vooral de goudwaarde interessant is.
In dat geval kan het soms verstandiger zijn het oude goud als waarde te verrekenen en het nieuwe sieraad uit een bekende, nieuwe legering te maken.
Er bestaat dus geen standaardantwoord.
Van sieradenla naar werkbank
Heb je thuis oude gouden sieraden liggen die je nooit meer draagt? Gooi ze vooral niet weg. En trek ook niet zelf alvast alle stenen eruit met een combinatietang. Daar wordt de goudsmid doorgaans niet gelukkiger van.
Neem ze gewoon mee.
Ik kan bekijken welk goud bruikbaar is, wat eventueel gecombineerd kan worden, welke stenen opnieuw gebruikt kunnen worden en hoeveel materiaal er nodig is voor het ontwerp dat je in gedachten hebt.
Misschien wordt oma’s trouwring uiteindelijk een nieuwe trouwring, een hanger of iets totaal anders.
Want de herinnering hoeft niet in dezelfde vorm te blijven om bewaard te blijven.

